Oorspronkelijk gepubliceerd in Vice Versa (22 december 2016)

‘Sociaal, duurzaam, economisch veerkrachtig’, zo klinkt in het Westen de belofte van de deeleconomie voor onze steden. Geldt die eveneens voor ontwikkelingslanden? En welke bijdrage is nodig om het vele delen waar te maken? Een opiniebijdrage.

De deeleconomie is geen trend, maar een transitie. Dat tonen de cijfers uit consumentenonderzoek aan: steeds meer mensen kennen het begrip en zeggen gebruik te maken van deeleconomieplatforms. In Nederland alleen zijn al zo’n zestig platforms actief, in de Verenigde Staten meer dan vierhonderd. Vorig jaar schatte PricewaterhouseCoopers dat de digitale deeleconomie de komende tijd wereldwijd met een kwart tot dertig procent per jaar zal toenemen. En dat geldt niet alleen voor het Westen. De twee steden met de grootste groei in aanmeldingen op het platform Airbnb zijn Kaapstad en Marrakesh, beide Afrikaans. Ook in een land als Kenia groeit het aantal aanbieders en gebruikers van deelplatforms. Zo zijn het aantal aanbieders van woningen en appartementen op Airbnb dit jaar verdrievoudigd ten opzichte van 2015. In de deeleconomie zorgen applicaties en platforms voor het direct bij elkaar brengen van vraag en aanbod: zo maakt men de traditionele institutionele tussenpersoon overbodig en maakt men beter gebruik van onderbenutte capaciteit. Denk daarbij aan SnappCar, een platform waarop particulieren onderling auto’s huren en verhuren zonder de tussenkomst van een verhuurbedrijf. Met dit model zijn er minder auto’s nodig en neemt het autobezit af.

Het bereik en de schaalgrootte van deze platforms; dat is het nieuwe van de deeleconomie. Het gaat niet meer om afzonderlijke groepen mensen die zich organiseren, maar om onlinegemeenschappen van soms miljoenen gebruikers, over grenzen heen. We zitten midden in een systeemverandering; we gaan van hiërarchische structuren en traditionele instituties naar een stelsel van verbonden netwerken. Van bezit naar gebruik. Van wantrouwen naar vertrouwen. Technologie en slimme algoritmes maken vertrouwen tussen onbekenden mogelijk en zorgen voor meer transparantie. Neem BlaBlaCar, de moderne variant van liften. Mensen stappen bij vreemden in de auto, bijeengebracht door het platform dat zorgt voor vertrouwen door verificatie en beoordelingen op internet. Inmiddels heeft BlaBlaCar meer dan 25 miljoen gebruikers in meer dan twintig landen, in Europa en in Mexico, India en Brazilië.

Deze platforms komen op in een tijd van extreme uitwassen van een falend kapitalistisch systeem, dat gebaseerd is op hebzucht en uitputting van hulpbronnen. De tegenstellingen zijn almaar groter: een kleine groep rijken wordt steeds rijker ten koste van de rest van de bevolking. Een nieuw economisch systeem is nodig, met daarin meer aandacht voor de gemeenschap en voor delen. Toch is de deeleconomie niet gevrijwaard van kritiek. Gaat het om delen of is het een verkapte vorm van kapitalisme? Ondernemingen als Uber en Airbnb zijn multinationals geworden met dezelfde waarden als bedrijven in de ‘oude economie’. Toch zorgden zij ervoor dat we nu anders denken over bezit en ‘delen’. De deeleconomie heeft aangetoond dat we niet leven in een tijd van schaarste, maar van overvloed, en dat iedereen kan ondernemen en toegang kan krijgen tot goederen, kennis, mobiliteit. Het fenomeen roept uiteraard vragen op: Gaat het om winst of invloed? Is het efficiënt of sociaal? Ben je consument of producent? Als morgen niemand meer bezit, wie bezit dan wel? En van wie is de data? Het is nu aan ons om samen te onderzoeken en uit te proberen welke kant we op willen. Hoe zetten we deze doorbraakinnovatie zo goed mogelijk in om onze samenleving lokaal en mondiaal anders in te richten en economisch veerkrachtiger, socialer en duurzamer te zijn. In juli riep de Europese Commissie haar lidstaten op de nog jonge initiatieven in de deeleconomie niet de kop in te drukken, maar eerst de kansen en uitdagingen met elkaar in kaart te brengen. We moeten buiten de bestaande hokjes denken en andere oplossingen aandragen voor problematiek waarbij ons huidige systeem tekortschiet. In Nederland heeft veertig procent van de huishoudens niet voldoende spaargeld om financiële tegenslagen op te vangen; armoede ligt dus steeds op de loer. Juist voor deze groep mensen kan de deeleconomie perspectief bieden. Mensen met een beperkt budget kunnen via de deeleconomie toegang krijgen tot diensten en goederen die ze anders niet zouden hebben. Bijvoorbeeld: kinderkleding en speelgoed ruilen via Krijgdekleertjes.nl, een bakfiets huren via Peerby, zorg in de buurt via WeHelpen, hulp bij het opmaken van een cv via Konnektid, reizen via NightSwapping met een camper voor het hele gezin via Camptoo.

Daarnaast biedt de deeleconomie ook kansen voor kleinschalig en lokaal ondernemerschap. Via TringTring kan je met je fiets voor vijf euro per rit boodschappen in de buurt rondbrengen. Met Thuisafgehaald kun je voor je buren koken en quitte draaien qua kosten voor het avondeten of zelfs een extraatje eraan overhouden. Met Konnektid word je leraar in je eigen wijk, of buurtklusser via Croqqer. Je wordt als het ware ‘prosument’ in de nieuwe economie: lokaal produceren en consumeren. Dit versterkt de lokale netwerken en dus het sociaal kapitaal, wat op zich weer een positief effect heeft bij het vinden van een baan, bijvoorbeeld. Ook geeft het mensen de kans om hun talenten verder te ontwikkelen of dingen laagdrempelig uit te proberen – wat zorgt voor een beter zelfbeeld en wat aanzet tot participatie.

Ondanks de mogelijkheden tonen gebruikersdata echter aan dat mensen aan de onderkant van de samenleving nog te weinig organisch worden bereikt door de platforms. Volgens ons ligt daar een taak voor de overheid en voor welzijns- en goededoelenorganisaties, om te onderzoeken waarom mensen wel of niet deelnemen en om hen te informeren. Vaak kennen mensen zulke platforms niet, terwijl ons systeem zozeer is ingericht op controle en sanctionering dat wie ze wèl kent ze in veel gevallen niet durft te gebruiken. Ook zijn hulpverleners en andere beroepskrachten onvoldoende op de hoogte van de verschillende opties binnen de deeleconomie. Samen dingen uitproberen, kijken wat wel of niet werkt: dat is nodig. Aan welke knoppen moeten we draaien om het potentieel van ons allen te ontsluiten?

De gemeente Amsterdam onderzoekt hoe ze de Stadspas aan de platforms van de deeleconomie kan koppelen. Zo kunnen mensen met een laag inkomen via de Stadspas binnenkort goedkoper maaltijden in de buurt krijgen bij de thuiskoks van Thuisafgehaald. Een ander mooi voorbeeld vind je bij cooperatie De Vrije Uitloop, voor scharrelondernemers, in samenwerking met Cordaid en de gemeente Breda. Onder de vleugels van deze coöperatie krijgen mensen met een bijstandsuitkering de kans om ondernemerschap te ervaren en hun uitkering – deels – zelf te verdienen, zonder de administratieve rompslomp die bij het ondernemerschap komt kijken. Als maatschappij laten we op dit moment enorm veel talent en kansen verloren gaan. Iemand kan bijvoorbeeld erg goed zijn in houtbewerking, maar moeite hebben om aan een baan te komen; de stap naar ondernemerschap is te groot. Via dit model kunnen mensen weer deelnemen en zo hun kansen vergroten. Hun waarde wordt erkend. Cordaid helpt in Nederland bij de opstart van deze sociale coöperaties. Zij zet hiervoor haar kennis, expertise en netwerk in en zorgt voor het juridische kader en indien nodig ook voor financiële middelen.

Steeds meer welzijnsorganisaties zien de deeleconomie als een nieuwe vorm van armoedebestrijding. Zo experimenteert Stipo op wijkniveau met het bevorderen van een netwerk van thuiskoks, bestaande uit onder anderen mensen in de bijstand en de schuldhulpverlening. WeHelpen, een platform voor hulp en zorg in de wijk, werkt met vrijwilligers van lokale welzijnsorganisaties. Hiermee sluiten zij aan bij bestaande infrastructuren en zeggen zij de beroepskrachten hoe ze het platform kunnen gebruiken. Dit soort initiatieven zouden nog meer ondersteuning moeten krijgen, vanwege hun vermogen om veel mensen te bereiken. Ze zouden een instrument kunnen zijn voor overheden en organisaties om zelf in te zetten. 

Ook ontwikkelingslanden biedt de deeleconomie veel kansen. Een goede voedingsbodem is er al: waar de westerse cultuur is geënt op individualisme, zijn culturen in ontwikkelingslanden veel meer gericht op de gemeenschap. Het wordt als normaal beschouwd om met elkaar te delen en samen tegenslagen op te vangen. Het fenomeen (informeel) delen is al eeuwen oud, en zo ook de deeleconomie.  Deels loopt dat via coöperaties en ‘zelfhulpgroepen’, maar vaak ook via familiebanden en dorpsstructuren. Het verschil met de deeleconomie van vandaag is dat internet ongeziene mogelijkheden geeft om gemeenschappen te vormen die breder zijn dan de familie of het dorp en zich uitstrekken over de landsgrenzen heen. Een goed voorbeeld van een lokaal systeem dat zijn weg vindt via een digitaal deelplatform is het systeem van de casas particulares op Cuba; logementen van particulieren die van oudsher de toestemming hebben van de overheid om ze te verhuren aan toeristen. Na het opheffen van de handelsboycot door de Verenigde Staten heeft Airbnb een start gemaakt op Cuba en ingespeeld op de lokaal aanwezige infrastructuur. Momenteel zijn er al meer dan vierduizend gastheren en -vrouwen met een casa particular aangemeld. Andere voorbeelden van onlinedeelplatforms zijn het Zuid-Afrikaanse Task it, waarop vakmensen zoals loodgieters hun diensten aanbieden en particulieren hun vragen stellen, en Hello Tractor, waarop boeren hun landbouwmachines huren en verhuren. Dat heeft voordelen voor de boeren die de machines bezitten, omdat ze die productiever inzetten, alsook voor de boeren die geen machines bezitten, want zij hebben nu toegang ertoe en kunnen hun land op een efficiëntere manier bewerken. (Bekijk het kader voor meer voorbeelden.) Met een hoge bevolkingsdichtheid, toegang tot internet en ondernemerszin als belangrijkste factoren voor de deeleconomie om te floreren, ligt het meeste potentieel misschien wel in de niet-westerse grootsteden. En daar liggen ook de grootste uitdagingen. In 2050 woont zeventig procent van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving; het is een noodzaak efficiënt om te gaan met capaciteit, grondstoffen en elkaar.

Deze voorbeelden zijn initiatieven van (sociale) ondernemingen en (commerciële) start-ups. Helaas hebben we nog niet veel voorbeelden gezien van reguliere ontwikkelingsorganisaties die de deeleconomie en deelplatforms inzetten om hun doelstellingen te behalen. Wij denken dat ontwikkelingsorganisaties een nog veel actievere rol kunnen spelen op dit terrein. Zomaar een greep uit de mogelijkheden die we voor ons zien:
•   verbetering van het onderwijs door gebruik te maken van de onlinecursussen die kennisinstituten aanbieden;
•   gedeeld gebruik van materieel in de landbouwsector (in samenwerking met platforms zoals Hello Tractor);
•   het verbeteren van de (jeugd)werkgelegenheid door jongeren te helpen met hun (mini)onderneming, door aansluiting bij deelplatforms zoals Task it;
•   rurale ontwikkeling via gedeeld bezit van zonnecollectoren en internetvoorzieningen en het aansluiten van lokale coöperaties bij onlineplatforms.

Net als in de reguliere economie zijn ook op het terrein van de deeleconomie de mogelijkheden om te profiteren voor hogeropgeleiden veel groter dan voor mensen in de marge van de samenleving. Zo zijn er ook mensen die vanwege hun fysieke of verstandelijke beperking of geringe taal- of internetkennis worden buitengesloten. Vooral omdat de deeleconomie groeiende is en zoveel potentie heeft, moeten ontwikkelingsorganisaties zich inzetten om de mensen met minder kansen bij te staan en aansluiting te laten vinden, door lokale gemeenschappen, zelfhulpgroepen en coöperaties op weg te helpen en aan te sluiten bij digitale gemeenschappen. Sommige bedrijven nemen zelf al stappen om barrières neer te halen: uberAssist, de taxidienst voor mensen die gebruik maken van een rolstoel, is maar een van de voorbeelden. Ook waar het gaat om inspraak en tegenspraak zien we een rol voor ngo’s. Juist omdat de discussie over de deeleconomie aansluit bij het bredere debat over een
rechtvaardiger indeling van de economie en democratie, zouden zij hun invloed moeten uitoefenen om drempels weg te nemen en de toegang voor alle lagen van de bevolking te bevorderen. Ook is er een rol voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en de ambassades. Er is capaciteitsopbouw nodig van nationale en lokale overheden om een visie op de deeleconomie te ontwikkelen, voor economische en stedelijke ontwikkeling en voor armoedebestrijding. De ervaring van steden in Nederland – zoals Amsterdam, zich profilerend als ‘Sharing City’ – kan hiervoor worden ingezet.

Wij hebben geprobeerd aan te tonen dat de deeleconomie meer is dan een trend en ook op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding veel potentie in zich draagt. Wij pleiten om dit terrein niet over te laten aan het bedrijfsleven, en roepen nonprofitorganisaties en de Nederlandse overheid op om actief te worden binnen de deeleconomie. Er is veel ruimte voor innovatie en juist een land als Nederland, dat de schotten tussen handel en ontwikkelingssamenwerking aan het wegnemen is, zou hierin voorop kunnen lopen. 


Geïnspireerd, en zin om verder te praten? Kom naar de inspiratiesessie op 2 februari!
 

Tekst: Samantha van den Bos en Matthijs Nederveen

Comment