Gastblog van Marianne Dagevos

Wie in gesprek gaat met oprichters van deelplatforms hoort verrassende dingen.

Zo vertellen zij dat de scenario’s die je vooraf kunt bedenken (‘deelnemers maken geleende spullen kapot of brengen ze niet terug’, ‘deelnemers willen alleen maar dingen en diensten hebben en niets delen’) helemaal niet uitkomen. Andere knelpunten die je vooraf helemaal niet verwacht, doen zich wel voor. Zo kwam oprichter Daan Weddepohl van Peerby erachter dat mensen op een gegeven moment ophouden met spullen lenen omdat ze er moeite mee hebben om steeds te moeten vragen. Dit wordt ‘vraagschaamte’ genoemd, de balans van wederkerigheid die mensen onwillekeurig ervaren, slaat door naar de verkeerde kant en mensen gaan zich bezwaard voelen. Peerby probeert dit dilemma nu op te lossen door mensen de gelegenheid te geven voor het lenen te betalen. Zo kunnen ze die balans weer herstellen en doen ze paradoxaal genoeg langer mee als een dienst niet meer gratis is. Marieke Hart van Thuisafgehaald merkte dat thuiskoks er helemaal geen probleem mee hebben om een zelfgekookte maaltijd even bij iemand langs te brengen die moeilijk ter been is. Ze maakte er een nieuw project van: Bijzonder Thuisafgehaald, een nieuwe vorm van zorg en welzijn. Van Marieke Hart is ook de uitspraak: “Een deelplatform runnen is een boost voor je moraal. Het is ongelooflijk hoe behulpzaam, vriendelijk en bereidwillig Nederlanders zijn.”

Pascal Ontijd van SnappCar ontdekte dat het voor de groei van een platform voor autodelen veel interessanter is om alle aandacht te richten op particulieren en de bedrijvenmarkt links te laten liggen. Bovendien bleek het voor de financiering veel gunstiger om, via crowdfunding, in zee te gaan met heel veel kleine investeerders dan met één grote.

Allemaal inzichten die niet in de leerboeken van economen en bedrijfskundigen staan maar wel bekend zijn vanuit de psychologie en sociologie, met kennis over groepsgedrag, sociaal wenselijk gedrag en menselijke opvattingen over wederkerigheid en reputatie.

Rob van de Star, oprichter van klussenplatform Croqqer, vertelde me pasgeleden een interessante theorie. Hij ontdekte dat veel meer mensen klussen voor anderen willen uitvoeren, ook vrijwillig en als ruil, dan dat er mensen zijn die klussen aanbieden. De vraag activeren blijkt in de praktijk veel moeilijker dan het aanbod organiseren. Mensen leren af om te vragen, aldus Van de Star. Op het moment dat ze op school komen, wordt hun leven geregeerd door aanbod. Aanbod vanuit het onderwijs, vanuit de detailhandel, vanuit de overheid, noem maar op. Mensen leren af om onbekommerd te vragen, zoals kleine kinderen dat doen (‘waarom, waarom?’) en ze passen hun behoefte aan bij het bestaande aanbod. Ze worden consumenten en voelen zich het prettigst bij transacties waar ze enkel consument hoeven te zijn.

Deelplatforms moeten iets met deze conditioneringen. Want een deelplatform vraagt in veel gevallen wel een actieve betrokkenheid van de deelnemers en een flexibele rolwisseling tussen producent, consument of een beetje van alle twee. Ik moest hieraan denken toen ik pasgeleden een verhaal las van een antropoloog die in de tachtiger jaren werkte in een dorp in Afrika. Als een van de weinige dorpsbewoners had hij de beschikking over een auto. Zodra hij aanstalten maakte voor een ritje, bijvoorbeeld door het oliepeil te controleren, de benzinetank bij te vullen of bagage in te laden, kwamen de lokale bewoners in actie. Ze vroegen niet waar hij naar toe ging maar meldden zich bij de auto. En niet een of twee mensen maar zeker zes of meer. Zodra de antropoloog achter het stuur kroop, kropen zij op voor- en achterbank. Geen vragen, geen deelplatform en geen matching waren nodig om de rit te delen. Voor de bewoners was het niet meer dan logisch dat een autorit ook voor anderen in de gemeenschap nuttig te maken was. Zaken als privé-bezit, privacy en individualiteit zeiden hen niets. Een auto was voor hen een gebruiksartikel ten behoeve van de gemeenschap. Dit verhaal sterkte mij in de visie dat delen bij uitstek een cultureel verschijnsel is, omgeven door waarden en normen die per cultuur anders aangeleerd worden. Onze opvattingen over privé-bezit, individualiteit en zelfstandigheid kunnen ons behoorlijk in de weg zitten als we de mogelijkheden van deelplatforms leren kennen. We vinden het misschien allemaal wel leuk en interessant maar moeten toch aardig wat barrières overwinnen voordat we er ook gebruik van gaan maken. Onbekendheid, bezwaren, onwennigheid en twijfels steken gemakkelijk de kop op. We zijn heel erg gewend aan onze rol van (passieve) consument en veel minder aan die van organisator van onze eigen collaborative lifestyle’. Kortom, voer voor psychologen, sociologen en antropologen om kennis te vergaren over de praktijken en ervaringen van gebruikers van deelplatforms, de mogelijke bezwaren en obstakels van gebruik en de mogelijkheden die uit onderzoek gebleken zijn om deze bezwaren om te buigen.

Dit is een gastblog van: 

Marianne Dagevos

Auteur ‘Voor een goede zaak. Sociaal ondernemen in theorie en praktijk’, Onderzoeker ‘deeleconomie’ en gastdocent ‘sociaal ondernemen en deeleconomie’.

Comment