Eén van de elementen die de ontwikkeling van de deeleconomie ons voorschotelt, is het ontstaan van een economie waar mensen een inkomen verdienen via één, of meerdere deeleconomie-platformen. Zo kan iemand bijvoorbeeld de dag beginnen met 'taxi-en' voor UberPOP, vervolgens wat klusjes doen via Croqqer om daarna een diner te verzorgen in een thuisrestaurant waar ook de twee gasten mee eten die die nacht via Airbnb in de logeerkamer blijven slapen. Deze groep 'ondernemers' heeft veel vrijheid en omdat de platformen waarop zij acteren lokaal vraag en aanbod bij elkaar brengen, werken zij veel in de eigen omgeving met mensen uit de eigen omgeving. Daarmee bouwen zij aan een economie gefundeerd op geld en sociale cohesie, waar veel transacties lokaal plaatsvinden en die in veel gevallen duurzamer en economisch voordeliger zijn dan tegenhangers die vanuit (grote) organisaties dezelfde diensten leveren. Waar het leveren van diensen via deeleconomie-platformen veel voordelen biedt, ontstaan er ook uitdagingen. Voornamelijk voor de groep waarbij de inkomsten uit transacties op deeleconomie-platformen een substantieel onderdeel is van het levensonderhoud. Waar werknemers verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid en ziekte, waar werknemers pensioen opbouwen en waar werknemers vallen onder de CAO van hun branche, geldt dit niet voor de ondernemers uit deze 'gig economy.' Zo ontstaat er een steeds grotere groep met onvoldoende verzekeringen, maar tegelijkertijd ook een prijsverschil tussen bedrijven met werknemers en ondernemers. Dit komt bovenop het gegeven dat de overheadkosten van traditionele ondernemingen sowieso al hoger zijn dan die van de op technologie gebaseerde tegenhangers. Vraag en aanbod wordt immers bij elkaar gebracht door een app en minder door mensen opererend vanuit een organisatie. Naarmate de deeleconomie verder groeit zal dit voor meer en meer frictie zorgen tussen oud (instituties) en nieuw (‘peer-to-peer’ marktplaatsen).

Natuurlijk hebben ook ondernemers belang bij sociale zekerheden. De vraag is, in hoeverre gaan ze dit ook zelf regelen? Gaan de deeleconomie-platformen hier werk van maken? Wanneer wordt het tijd voor de overheid om hiermee aan de slag te gaan? Allemaal vragen die de komende jaren beantwoord moeten worden.

Zekerheid zelf organiseren

Een interessant gegeven is de opkomst van nieuwe sociale zekerheden die ontstaan vanuit dezelfde ‘peer-to-peer’ dynamiek als veel van de deeleconomie-initiatieven. Zo verzekeren steeds meer zelfstandig ondernemers zich tegen arbeidsongeschiktheid via een zogenaamd Broodfonds. En dit is slechts het begin. Op dit moment worden er allerlei initiatieven ontplooid die potentieel een deel van het vraagstuk oplossen. Denk bijvoorbeeld aan BrightNL, waar mensen zelfstandig pensioen op kunnen bouwen. Het zelf-organiserend vermogen mag dus niet onderschat worden. Daarom moet niet prijsverschil tussen ‘peer-to-peer’ en traditionele aanbieders het uitgangspunt van de dialoog zijn, maar juist het gegeven of werkenden in het algemeen goed verzekerd zijn. Omdat nieuwe verzekeringsmodellen efficiënter georganiseerd zijn kan daarom ook hier een prijsverschil ontstaan. Want iemand die aangesloten is bij een Broodfonds is veel goedkoper uit dan bij een traditionele aanbieder, maar is desondanks wel verzekerd.

Zekerheid georganiseerd door het deeleconomie-platform

Wat is de verantwoordelijkheid van de platformen? Hoe stellen zij zich op tegenover mensen die hun brood verdienen via de deeleconomie? Hoe faciliteren zij feedback? Twee dingen zijn hier zeker. Allereerst is er nu geen 100 jaar meer nodig om tot een goede CAO te komen. Technologie faciliteert vraag en aanbod voor de diensten die de platformen leveren, en technologie is net zo goed in staat om vraag een aanbod tussen de ondernemer en het platform af te stemmen. Ten tweede zijn de platformen niets waard zonder de ondernemers. Uber bezit geen enkele auto, Airbnb bezit geen enkel appartement. Er is dus een duidelijk belang bij de platformen om de aanbodzijde op de eigen marktplaats goed te behandelen. Deeleconomie-platformen doen overigens veel aan interactie met de eigen gebruiker. Als ze dit blijven doen, ook als ze groot worden, dan kan het probleem daar al opgelost worden. Bovendien wijst de praktijk uit dat als het platform zelf niet in een behoefte voorziet, er nieuwe start-ups omheen ontstaan die dit wel doen. Zo wordt er in verschillende landen al nagedacht over platformen die de ondernemers actief binnen de deeleconomie helpen organiseren. Wellicht zal dit ook voor een revolutie zorgen in de manier waarop bestaande vakbonden georganiseerd zijn. Een interessant voorbeeld is deze Facebook-pagina waarop meer dan 1000 Uber-chauffeurs uit New York zich verenigden om zo te protesteren tegen de ‘arbeidsvoorwaarden’ van Uber: http://www.businessinsider.com/uber-new-york-city-office-protests-2014-9.

Gebruikersdata, een rol voor de overheid?

Zoals gezegd zijn de deeleconomie-platformen niets waard zonder het aanbod dat de 'ondernemers' plaatsen. Hier ligt voor hen het belang om deze mensen goed te behandelen. Om de gebruikers zo goed mogelijk van dienst te zijn verzamelen de platformen ook de data van hun gebruikers. Voor veel commerciële platformen zijn de gebruikersdata een vorm van waarde die de gebruikers leveren en waar het platform van kan bestaan. Dat is positief, maar hier schuilt ook een gevaar. Persoonlijke data zoals reviews die mensen elkaar geven vormen een krachtig middel om gebruikers te binden. Het is immers makkelijker om te acteren op platformen waar je een goede reputatie hebt opgebouwd en waar veel andere mensen komen. Maar als het platform zichzelf verrijkt ten koste van de gebruiker, dan moeten de gebruiker van platform kunnen wisselen. Overheden zullen dus moeten onderzoeken welke rechten de platformen en welke rechten gebruikers hebben als het gaat om persoonlijke data. Enerzijds ‘verdienen’ de platformen ook waarde voor de diensten die ze leveren, anderszijds is het belangrijk dat de platformen zoveel mogelijk concurreren op kwaliteit zodat de ondernemers beschermd zijn tegen een lock-in situatie waarbij ze noodgedwongen op een platform moeten blijven dat minder aantrekkelijke voorwaarden stelt.

Iedere 'ondernemer' zal moeten bepalen hoe hij of zij risico's inperkt. Ieder deeleconomie-platform zal moeten bepalen hoe het omgaat met gebruikers die voor het levensonderhoud (deels) van hen afhankelijk zijn. De overheid zal moeten bepalen in hoeverre de markt zelf in staat is voor zekerheid te zorgen, en voorkomen dat we in een economie belanden waar machtige platformen het lot van de gebruiker bepalen. Want één ding is zeker, sociale zekerheden zullen nodig blijven, zelfs in een ‘peer-to-peer’ economie waar veel problemen onderling opgelost worden. Daarom is het van belang een aantal sociale zekerheden te waarborgen, maar deze wel samen opnieuw uit te vinden zodat ze beter passen op een economie gebaseerd op peer-to-peer platformen. De kans is er, met de technologie van vandaag.

Door: Pieter van de Glind i.s.m. Harmen van Sprang (co-founders shareNL) 

Comment