For English, see below

Onlangs was ik drie dagen in de wildernis. Ik deed mee aan een cursus Primitief Overleven van Bosbeweging; overleven mét de natuur. De dagen waren geweldig en ik vond het weer bijzonder om te ervaren hoe weinig we eigenlijk nodig hebben. Tegelijkertijd was het spannend. Als stadsmens sta ik behoorlijk ver van de natuur en als mens überhaupt ben ik de natuur in mijzelf ook vaker kwijt dan rijk. Het was dan ook even inkomen, maar ik bleek gelukkig prima zonder mijn soja latte, iPhone, - ja,  zelfs zonder warme douche en druk dagprogramma te kunnen overleven. Na wat (letterlijke) koudwatervrees bleek de beek ook een prima alternatief voor de douche te zijn. Een verfrissende start van de dag. Bovendien zag ik anderen in de groep die met nóg minder konden. Ze sliepen zonder tent in een primitief, zelfgebouwd onderkomen of deden afstand van hun schoenen. Dat zorgde niet voor minder, maar eigenlijk vooral voor meer. Contact met de aarde bijvoorbeeld. Ik dacht deze dagen ook veel terug aan een lange reis die ik twaalf jaar geleden maakte. Negen maanden met een rugzak. Gebruik maken van minimale spullen. Een heerlijke tijd. 

Maar dan ga je terug naar je dagelijkse bestaan, terug naar de stad. Ik verwonderde me, walgde zelfs van de stapels met nutteloze spullen die in elke winkel tot het plafond reiken. De afschuw maakte snel plaats voor de realisatie dat ik er niet boven sta, niet beter ben, maar dat ik onderdeel ben van deze overvloed. Dat ik ook verslaafd ben. Verslaafd aan het begrip schaarste. Dat ik meedoe aan het grote consumeren en ik mij vaak zelfs schuldig maak aan het kopen zonder noodzaak. Om je voor even nuttig te voelen, want je hebt iets gedaan, iets geregeld of jezelf gewoon getroost met shoppen. Om je slechts heel even gelukkig te voelen met je nieuwe aankoop. Het is zo makkelijk om je te laten verleiden en te denken dat je echt iets nodig hebt. Zo overwoog ik ooit serieus om toch eens onze huisraad te upgraden nadat een kennis vaststelde dat ons huis erg 'studentikoos' aandeed. Uiteindelijk kwam ik tot inkeer: ik bedacht me dat het ook een keuze is om niet per se in een VT wonen huis te willen wonen, laat staan dat ik daar al mijn geld aan wil stukslaan. 

Overvloed. Het tegenovergestelde van schaarste. Schaarste. Een centraal begrip in onze economie. Een begrip dat staat voor het moeten maken van keuzes. Omdat we niet in al onze behoeften tegelijk kunnen voorzien. In de Westerse wereld hebben we een chronisch tekort aan alles; spullen, maar ook tijd, aandacht... We werken ons drie slagen in de rondte om geld te verdienen dat we vervolgens weer uitgeven aan ontspanning. Maar laten we ons even focussen op spullen. Eigenlijk is alles er al. Onze huizen puilen er van uit, winkels liggen vol met dingen die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben, de openbare ruimte staat volgestouwd met auto's, blik. We hebben toegang tot een oneindige schat aan gemeenschappelijke kennis via het internet, tot een veelvoud van muziek- en filmcollecties, een overvloed aan voorstellingen en evenementen, allemaal een muisklik van ons verwijderd. We hebben een oneindige keuze in studies, ervaringen, banen, vrijetijdsbesteding. De wereld ligt aan onze voeten, meer dan ooit. 

In elke presentatie die ik geef over de deeleconomie of mobiliteit haal ik deze controverse tussen overvloed en schaarste aan. Ik focus me dan vooral op de overvloed aan onderbenutte kennis, bezit en ruimte. De afgelopen eeuw was het vooral belangrijk om alles te bezitten. Dit is niet alleen gerelateerd aan status, maar ook aan de angst om iets nodig te hebben en er dan niet over te kunnen beschikken op dat moment. Als je er over nadenkt is het idee absurd. Een boor wordt gemiddeld 6-12 minuten in haar bestaan gebruikt. Een auto staat 95% van de tijd stil. We willen een gat in de muur, dus we hebben een boor. Maar bekijk het eens zo: we willen ook melk, maar hebben toch geen koe? Ook op gebied van kennis vinden we allemaal liever het wiel opnieuw uit dan dat we intappen op de kennis die er al is. Iets met 'not invented here'.

Via de deeleconomie kun je toegang hebben tot vanalles, zonder dit te bezitten. Een auto huren van de buren, een vers gekookte maaltijd afhalen bij een vreemde, een ladder lenen aan iemand in je buurt, kleding huren in een kledingbibliotheek, de vergaderruimte van je bedrijf verhuren aan een buurbedrijf. Deeleconomie wordt ook wel “collaborative consumption” genoemd. Niet als individu, maar als gemeenschap iets 'consumeren'. Het is niet alleen een tegengif tegen onze excessieve consumptie, maar het versterkt ook de banden met de buurt, de sociale cohesie. Sinds ik gebruik maak van deelplatformen zie ik in ieder geval veel meer bekende gezichten in mijn buurt en heb ik contact gemaakt met veel nieuwe buren, via hun auto, hun kookkunsten of via onze klapstoelen. 

Ik krijg vaak de vraag of ik denk dat de deeleconomie alleen werkt(e) door de economische crisis die ons dwong om te delen. De tijd zal het zeggen, maar ik denk van niet. Er is nog veel meer gaande. Een beweging waarbij mensen nog wel de lusten, maar niet meer de lasten van bezit willen hebben, waarbij de prioriteiten ergens anders liggen dan bij bezit. Een tijd waarin status niet meer van je auto afhankelijk is. Een tijd waarin minimalisme door populaire guru's als Marie Kondo mateloos populair is. 

Natuurlijk, sommige dingen wil je echt bezitten, ook als ze maar sporadisch gebruikt worden. Ik vind het bijvoorbeeld bijzonder fijn dat ik in mijn eigen huis een waterkoker heb en ik die niet hoef te lenen of naar een centraal punt toe hoef voor heet water. Mijn stofzuiger zou ik wel weer prima met de buren kunnen delen als ik er makkelijk toegang toe zou kunnen hebben. 

We hebben een keuze tussen keuze consumeren of creëren. Als we anders omgaan met onze onderbenutte zaken, creëren we een kans voor een ander om deze zaken van ons te lenen, huren of in te huren (kennis, tijd). Als we dat wat er is beter zouden benutten, hoeven we minder te produceren. Er is al zoveel. Laten proberen daar eerst aan te denken voordat we voor de bekende weg gaan en iets kopen. Voor mij is kleding iets waarin ik mijzelf ga uitdagen het anders te doen. Ik ben de tweedehands winkels en marktplaats aan het ontdekken. Daar moet een drempel voor over, maar die neem ik graag. En ik ga zo eens langs bij een kledingbibliotheek, kijken wat het inhoud. 

Het wordt tijd dat we onze angst om tekort te hebben laten varen. Dat we uitgaan van overvloed. Vertrouwen dat er genoeg is. 

 

Door Ananda Groag




Reframing scarcity to abundance

Last autumn I spent three wonderful days in nature during a ‘Primitive Survival’ course by the Dutch organisation ‘Bosbeweging’ (Forest Movement) which was all about surviving with nature, rather than in nature. The days were overwhelming and it was especially good to experience once again how little we actually need to live. 

I have to admit I was a bit nervous about the adventure. As a real city person I feel quite alienated from nature and even the connection with my inner nature is more often lost than found. And so it took a while to acclimatise to being outside and survive without my soya latte, iphone, hot shower and busy day schedule. But I got over the cold feet and took a dip in the stream, which turned out to offer a fine alternative to the morning shower and a refreshing start of the day.  Other group members were able to survive with even less. The slept without a tent, in a hammock or self-made shelter and some did without their shoes, which did not give them less, but more, like a direct connection with the soil, the earth. During these days I had many trips down memory lane to a backpacking travel adventure twelve years ago. Nine months with a backpack filled with only the bare basics, a wonderful time in which almost all I needed, was in that one bag.  

But after a few days I had to return to my house, the city, the daily reality. I stared at all the heaps of seemingly useless items that were stashed up to the ceilings behind shop windows we passed and felt disgusted. But I realised quickly that I was part of all of that abundance. I am not above it, not better than those buying or wishing to own those items. I am addicted. We are addicted. Addicted to the concept of scarcity. I am part of the Big Consumption and guilty of buying something without needing it. To feel useful for a moment, doing something tangible or as a feel good booster. To feel happy for a brief moment about a new acquisition. It is so easy to be seduced into thinking you really want or need something. Once I seriously considered upgrading the interior of our family house completely after a visitor determined that our house looked very student-like. But after some consideration I decided it was a choice, that it is not our priority to live in a ‘home decor magazine house’ and therefore expensive interior design is not something we like to spend all our money on, especially not just to look good to visitors.  

Abundance. The opposite of scarcity. Scarcity. The central concept of our economy. A concept that represents the need to make choices because we cannot fulfil all of our needs simultaneously. A given that seems less and less true these days in which we live in luxury. However, we still experience a chronic shortage of everything. Stuff, but also time, attention….we work super hard to earn money we can spend on relaxing. But, let’s focus on the material part; goods. If we look around us, we’ll see that everything is already there. Our houses are full of stuff, shops offer everything we never thought we’d need, public space is jammed with private cars, we have access to an endless pool of knowledge and information through the internet, a plethora of music and movies, more theater, dance or other entertainment options than we can ever enjoy. We are rich of choices in studies, experiences, jobs, leisure activities. The world is our oyster, more than ever.  

In every keynote or workshop about the sharing economy, I discuss the controversy of scarcity and abundance. I focus on the idle or excess capacity, knowledge or space. The past century ownership has been very important. This was not only related to the status ownership gives you, but also to the fear for a moment of needing something and not having instant access to that. If you think about this logically, it is an absurd reason for owning a lot of goods. A drill is being used only 6-12 minutes of its lifetime, a car is standing idle for 95% of the time. But look at it this way: we want milk, but don’t own a cow. Is that because we can buy milk so easily? And when it comes to knowledge we prefer to re-invent the wheel than tapping into knowledge already out there. We seem to mistrust that information and knowledge ‘not invented here’. 

The sharing economy makes it easy to access all sorts of things without owning them. You can rent your neighbour’s car, get a healthy home cooked meal from a stranger, lend a ladder to someone in your neighbourhood, rent a dress in a clothing library, or rent out your company’s meeting room to an organisation close by. Sharing economy is often called collaborative consumption, which stands for the idea that we do not consume as individuals, but as a community. It is not only an antidote to our excessive consumerism, but it also strengthens neighbourhood ties, social cohesion. Since I started using sharing platforms my neighbourhood became a more friendly area, with more familiar faces, new connections with neighbours through their car, cooking skills or our lightweight chairs. 

People often ask me if the sharing economy only works because of the economical crisis that forces us to share resources. Time will tell, but I don’t think so. Much more is going on these days. People want the gain, but not the pain of ownership. Priorities are no longer with owning stuff, it’s your phone or amount of followers giving you more status than your car. Less is the new more, visible also through the decluttering movement let by guru’s like Marie Kondo. 

Of course, there will be always things that you will want to own. Even if you use them only occasionally. I enjoy having a coffee machine in my own house, even if I have a coffee place across the street. But a lot of other things I use in my house, like the hover, tools or even the washing machine, I’d be happy to share with the neighbours in my block if I could have easy access to them. 

We have a choice between consuming or creating. If we change our strategy around our excess goods and capacity, we create opportunities for other people to borrow, rent or tap into that. If we would utilise all that surround us optimally, we’d have to produce less. Let’s try to think about abundance and try alternatives before we buy. 

For me personally, I am going to challenge myself to act differently when it comes to shopping for clothes. A tough challenge for a woman who likes a large wardrobe. But maybe that wardrobe can be filled with items purchased in second hand stores or marketplaces or with temporary items borrowed from a clothing library. I am going to check out how that works. 

It’s time to let go of our fear of being short of something. Time to think and act from abundance rather than scarcity. Let’s trust that there is enough and that less is often more. 

By Ananda Groag

Comment