OneWorld: 'Wij zijn de ogen en oren van de deeleconomie'

shareNL | OneWorld | Toekomstdenkers | logo | sept 2014
shareNL | OneWorld | Toekomstdenkers | logo | sept 2014

Door: Maartje de Meer

Liever een gat in je muur dan een boor in je kast? Dan voel je je vast thuis in de deeleconomie. Vorig jaar begonnen Harmen van Sprang en Pieter van de Glind aan ShareNL, het Nederlandse platform voor de deeleconomie. Inmiddels is het een fulltime baan en zijn ze bezig met een boek. “Waarom hebben we allemaal een auto die 90 procent van de tijd stilstaat?”

Je boekt net zo makkelijk een overnachting in iemands huis als een hotelkamer en kan via internet spullen lenen van je buurman. Initiatieven zoals Airbnb, Peerby en Snappcar worden steeds groter en populairder. Het zijn allemaal voorbeelden van de deeleconomie: burgers lenen, ruilen, geven en verhuren onderling producten en diensten. In Nederland is ShareNL het kennis- en netwerkplatform voor de deeleconomie.

Wat doen jullie precies bij ShareNL? Pieter: “Wij koppelen verschillende initiatieven binnen de deeleconomie aan elkaar. Maar we willen die initiatieven ook met het bedrijfsleven, de overheid, onderzoekers en media verbinden. Daarnaast willen we kennis over de deeleconomie blijven ontwikkelen.”

Hoe doen jullie dat? Harmen: “Wij weten en horen ontzettend veel, we zijn echt de ogen en oren van die deeleconomie. Afgelopen week werd bijvoorbeeld bekend dat Waternet twee nieuwe deelplatforms verbiedt. Wij werden vervolgens gebeld door deze start-ups, die bezitters van bootjes willen linken aan mensen die een boot willen huren. Dan gaan wij kijken naar de contacten die we hebben met de gemeente Amsterdam, waarmee we al in gesprek zijn over de deeleconomie. We hopen dat de gemeente zich open opstelt richting nieuwe organisaties en start-ups binnen de deeleconomie, ook als ze niet binnen de huidige regels passen. Dat heeft de gemeente bijvoorbeeld bij Airbnb gedaan.”

“Daarnaast geven we presentaties en organiseren we workshops en bijeenkomsten. We organiseren vier keer per jaar een meet up voor iedereen die geïnteresseerd is in de deeleconomie. En we organiseren ronde tafelgesprekken. Rondom het thema mobiliteit werkten we bijvoorbeeld samen met het Ministerie voor Infrastructuur en Milieu en nodigden we deeleconomie start-ups, het Kennisplatform Verkeer en Vervoer en andere organisaties uit.”

Mobiliteit? Pieter: “De grootste deelmarkten zijn momenteel accommodatie en mobiliteit. Bij mobiliteit kun je denken aan het delen van auto’s, die normaal gesproken 90 procent van de tijd stilstaan. Er zijn al verschillende initiatieven zoals SnappCar, Car2Go, Uber en BlaBlaCar. Dan verkoop je mensen dus geen auto maar het gebruik van een auto, oftewel mobiliteit.”

Hoe staan autofabrikanten en andere grote bedrijven tegenover de deeleconomie? Pieter: “De autoverkoop is in Nederland op het laagste niveau sinds 1969. Die sector heeft zelf dus ook door dat ze iets moeten veranderen. We merken dat er vanuit veel bedrijven interesse is in de deeleconomie. We worden regelmatig gevraagd voor presentaties en zien ook grote bedrijven die inspelen op de deeleconomie.”

Kun je daar een voorbeeld van geven? Pieter: “Het initiatief Car2Go, waarmee je elektrische auto’s kunt delen, komt bijvoorbeeld van multinational Daimler AG (waar ook de automerken Mercedes-Benz en Smart onder vallen, red.). Ook biedt Philips inmiddels licht als service aan. Dan betaal je voor het licht dat je gebruikt, in plaats van voor de lampen. Bedrijven bieden consumenten op die manier toegang tot een product of service, in plaats van bezit. Ik geloof dat die andere mindset op een gegeven moment voor iedere markt zal komen. Bezit wordt steeds minder belangrijk.”

De deeleconomie is dus niet alleen een product van de crisis? Harmen: “Ik denk dat de crisis absoluut geholpen heeft, omdat mensen gedwongen werden om verder te kijken dan hoe ze dingen op dat moment deden. Maar ik denk dat de deeleconomie vooral voortkomt uit een veranderende generatie. Door technologische veranderingen zoals internet weten mensen veel meer en is delen ontzettend makkelijk geworden. Je ziet bijvoorbeeld dat mensen meer waarde hechten aan duurzaamheid en kennis over waar hun eten vandaan komt. Zo wordt het ook steeds logischer om spullen te gebruiken in plaats van te bezitten.”

Denken jullie dat iedereen uiteindelijk wil delen? Pieter: “Je ziet vaak dat de jongere generatie dit soort nieuwe ontwikkelingen het snelste oppikt. Dat was zo met bijvoorbeeld internet en je ziet het ook bij de deeleconomie. Maar na een tijdje verspreiden dit soort ontwikkelingen zich door de hele samenleving. Voor mijn master thesis heb ik onderzoek gedaan naar de deeleconomie. Uit onderzoek onder 1330 mensen, waarvan 30 mensen jonger dan 35 jaar waren, bleek dat de bereidheid om te delen onder vrijwel iedereen even groot was. Via Facebook zijn mensen al heel veel gaan delen, het is eigenlijk een hele logische stap om ook dingen te gaan delen in het echte leven.”

Wanneer zal de deeleconomie iets van de massa worden? Pieter: “Er zijn twee belangrijke voorwaarden voor de groei van de deeleconomie. Een daarvan is vertrouwen. Dat is een voorwaarde als je spullen uitleent aan je buurman, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van een goede verzekering als je een gedeelde auto gebruikt. Daarnaast is gemak van belang. Door het platform Peerby (een website waar je spullen kunt lenen van mensen in de buurt, red.) kun je nu veel gemakkelijker een boor lenen dan vijftien jaar geleden. Toen had je bij de hele straat aan moeten bellen, nu zet je gewoon een berichtje op internet en heb je binnen een kwartier een boor. Het is vaak ook goedkoper. Ik denk dat gemak en voordeligheid ervoor zullen zorgen dat de massa meegaat in de deeleconomie.”

Het boek ‘Share – waarom de deeleconomie de toekomst heeft’ komt in januari 2015 uit. 

Bron: http://www.oneworld.nl/toekomstdenkers/nieuwe-economie/minder-hebben-meer-delen