Gastblog door Roland Groenen

De deeleconomie is hot. Overal ter wereld schieten tal van (lokale) initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Allemaal met het zelfde doel: delen is het nieuwe hebben. En allemaal met het zelfde speelveld: het internet. Maar wat betekent dit begrip nou precies? En hoe gaat het zich de komende jaren ontwikkelen? Ik vroeg het aan ShareNL oprichter Harmen van Sprang en probeerde zelf drie deelinitiatieven uit.

Naast mijn bed staat al ruim een maand een schilderijtje dat ik voor mijn verjaardag heb gekregen. Ik wil het graag aan de muur hangen maar ik heb geen boormachine. Ik weet dat mijn ouders er een hebben maar die wonen vijftig kilometer van mij vandaan. Een ideaal moment om eens gebruik te maken van de deeleconomie.  Via Peerby, een website waar je spullen kunt lenen van mensen uit de buurt, geef ik aan dat ik opzoek ben naar een boormachine. Nog diezelfde avond krijg ik vijf reacties. Bij één reactie staat een telefoonnummer. Ik bel het nummer en wat blijkt: schuin tegenover mij, op nog geen dertig meter afstand, ligt er een boormachine voor me klaar. Nog geen tien minuten later zit er een gat in de muur en kan ik het schilderijtje bevestigen. Marga Huysmans, de eigenaresse van de boormachine,  is al een aantal jaar actief binnen de deeleconomie. “Ik heb tot nu toe alleen maar goede ervaringen gehad. Ik vind het ook niet meer dan logisch. Die boormachine gebruik ik ten hoogste één keer per jaar, dan is het toch zonde als ‘ie de rest van het jaar op zolder ligt?” Ik ben het roerend met haar eens.

Belangrijk om te weten is dat er bij Peerby geen sprake is van huren maar van lenen. Er komt dus geen geld aan te pas. Maar wat nou als er wél geld mee wordt verdiend, is het dan nog steeds ‘delen’? Waar liggen nu precies de grenzen van het begrip deeleconomie?  “Daar voeren we bij ShareNL doorlopend discussies over”, zegt Harmen van Sprang. “Het woord ‘delen’  wekt nog al eens vermoeden dat het vrij van geld zou moeten zijn. De deeleconomie in de meest letterlijke zin van het woord is: de consument die elkaar toegang geeft tot onderbenutte goederen, op periodieke basis.”  Door alle ontwikkelingen binnen de deeleconomie is het fenomeen volgens van Sprang eigenlijk toe aan een nieuwe benaming. Een naam die de lading beter dekt.

Samenwerkeconomie
Van Sprang: “Internationaal, onder de opinieleiderswordt steeds vaker de term collaborative economy ofwel samenwerkeconomie gebruikt. Dat is een economisch systeem van decentrale netwerken of platformen die de waarden van onderbenutte goederen en diensten ontsluiten. Dat doen ze door vraag en aanbod direct bij elkaar te brengen, waardoor traditionele tussenpersonen overbodig raken. Een hele mond vol!” Kortom: de samenwerkeconomie rekent, in tegenstelling tot de deeleconomie, ook alle professionele aanbieders mee. Zo zou je eenchauffeur van Uber, die full-time achter het stuur zit en  er zijn salaris mee verdient,  eerder onder de samenwerkeconomie scharen dan onder de deeleconomie.

Couchsurfing
Om het overzichtelijk te houden beperk ik me voor nu tot de deeleconomie. Een fenomeen dat je daar zeker onder kan scharen is Couchsurfing. Op dit platform bieden mensen hun bank of bed aan zonderenige vorm van tegenprestatie. Couchsurfing is opgericht in 2003 en heeft inmiddels meer dan negen miljoen leden. Daar ben ik er één van. Vannacht stel ik mijn logeerkamer beschikbaar voor Christopher uit Berlijn. Zo ben ik op één dag de vraag maar ook het aanbod.

In het begin is het wat onwennig: ineens een vreemde jongen in je huiskamer. Maar die spanning is snel uit de lucht. Christopher is een makkelijke prater en vertelt over zijn reiservaringen in Afrika en de Verenigde Staten.  Op de vraag waarom hij ‘couchsurft’ moet hij lachen. “Waarom niet? Het is gratis en je ontmoet leuke mensen die je ook nog eens de stad kunnen laten zien.” We wisselen reiservaring uit, praten over de verschillen tussen Nederland en Duitsland en drinken redelijk wat biertjes weg. Het is gezellig maar toch voel ik druk om hem te vermaken.  Ik besef me dat het lenen van een boor toch wel heel iets anders is dan een couchsurfer over de vloer.  De volgende ochtend nemen we afscheid en ik betrap mezelf erop dat ik hem geen moment gewantrouwd heb. Het voelt goed om iets te kunnen betekenen voor een ander zonder daar direct iets voor terug te krijgen. Zou ‘iets goeds doen’ dan ook een van drijfveren zijn voor mensen om te participeren in de deeleconomie?

Ethiek
Van Sprang: “Mensen zijn potentieel een hotelier, chauffeur of misschien wel bankier als ze geld stoppen in een idee op crowdfunding. Al die verschillende rollen zullen in de toekomst steeds normaler worden en daar zal ook een nieuwe ethiek bij horen.”

Een duidelijke ethiek ontbreekt nog in de deeleconomie. Komt dat misschien omdat er ook niet één duidelijke visie is? Er is immers nooit iemand geweest die heeft gezegd: dit is de deeleconomie en dit zijn haar regels. Het fenomeen is langzaam ontstaan en is zich nog steeds aan het ontwikkelen. “Een visie bepalen is in dit geval heel moeilijk. Het is wel iets waar wij met andere opinieleiders wereldwijd over discussiëren. Natuurlijk kunnen grote bedrijven die zich mengen een tik uitdelen aan de identiteit van de deeleconomie. Maar zoiets valt niet te beschermen of te controleren en dat moet je ook niet willen. Het kan dus alle kanten op.”

Airbnb
Nu ik twee ervaringen binnen de deeleconomie heb gehad waarbij er geen geld aan te pas is gekomen is het tijd om de wat zakelijkere kant van het fenomeen te ontdekken. Ik ga samen met mijn vriendin, via Airbnb, overnachten in Amsterdam. Airbnb is net zoals Uber ontstaan in San Francisco in 2008 en biedt inmiddels ruim anderhalf miljoen privéaccommodaties aan in 192 landen. Er zijn dus maar drie landen in de wereld waar Airbnb niet actief is! In tegenstelling tot Couchsurfing, betaald de gast voor de overnachting. Het is niet gemakkelijk om een verblijf te kiezen, in Amsterdam worden maarliefst 9.971 accommodaties aangeboden. Variërend tussen de twintig en duizend euro per nacht. Uiteindelijk kiezen we voor een kamer in Oud West. De prijs per nacht is 45 euro.

Het is al donker als we ’s avonds aankomen. Kaspar, een vriendelijke architectuurstudent van midden twintig, laat ons de kamer zien. Hij woont samen met twee vrienden in een verzorgd appartement aan de Bilderdijkstraat. “Deze kamer was over”, legt hij uit. “Dus toen heb ik besloten om hem aan te bieden op Airbnb. Het kost wel wat tijd om de gasten ontvangen en de boel schoon te houden. Maar het is zeker de moeite waard. Gemiddeld is de kamer één op de drie nachten verhuurd. Dus dat levert best wat geld op.”

Het is een kleine maar gezellige ruimte. Vanaf het balkon kijken we uit over de Bilderdijkstraat met haar passerende trams.  Helemaal niet gek: voor 45 euro in hartje Amsterdam. Net als bij het Couchsurfen is het even aftasten tussen gast en gastheer. Maar het is al snel duidelijk dat het bij een zakelijke conversatie blijft. Na een korte rondleiding en de sleuteloverdracht laat Kaspar ons alleen en gaan wij het Amsterdamse nachtleven verkennen. De volgende morgen vraag ik de gastheer of hij het niet gek vindt om vreemde mensen over de vloer te hebben. “In het begin was het wel even raar dat er ’s nachts mensen terugkwamen van het stappen maar dat went vrij snel. Via Airbnb kan ik het profiel van de gasten zien dus ik weet wel ongeveer wat ik in huis haal.”

In tegenstelling tot mijn ervaringen met Couchsurfing en Peerby was de overnachting bij Kaspar geen vernieuwende ervaring. Eigenlijk leek het op een doodgewone hotelovernachting maar dan in een piepklein hotel en goedkoper.  Omdat het sociale aspect–die de twee vorige ervaringen bijzonder maakte-  verdwijnt, is het vooral praktisch een goede ervaring. Ik geef minder geld uit, Kaspar verdient een aardig zakcentje, iedereen blij.

Kritiek
Is het dan louter positief? Nee, ook de deeleconomie krijgt kritiek. Vooral de grote spelers krijgen vaak het verwijt dat de kwaliteit van de goederen of diensten niet gegarandeerd kan worden.  Waar traditionele partijen zich vaak aan allerlei overheidsregels moeten houden bepalen nieuwe initiatieven hun eigen regels. Zo kan werkelijk iedereen met een auto aan de slag voor Uber maar moet de reguliere taxichauffeur een opleiding volgen.  “De kwaliteit kan wel degelijk gewaarborgd worden”, zegt Van Sprang. “Veel van de grote platformen hanteren beoordelingssystemen waarbij zowel de gebruiker als de aanbieder een recensie kan schrijven over zijn of haar ervaring. Dat komt juist ten goede aan de kwaliteit. Als ik op Airbnb een huis wil huren en ik zie twintig positieve reacties dan kan ik er wel vanuit gaan dat het goed zit.”

Maar ook Airbnb heeft de afgelopen jaren flink wat kritiek te verduren gehad. Dat leidde vorig jaar zelfs tot Kamervragen. PvdA-kamerlid Jacques Monasch wees minister voor Wonen Stef Bos erop dat Airbnb voor oneerlijke concurrentie zorgt . Eigenaars van hotels en hostels moeten volgens Monasch aan harde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid, terwijl dat niet geld voor huiseigenaren die hun woning via Airbnb verhuren aan toeristen. Later besloot de minister de gemeente Amsterdam meer ‘instrumenten’ te zullen geven om in te grijpen bij overlast of veiligheidsproblemen.

ShareNL
De integratie van de deeleconomie binnen het huidige systeem gaat dus nog  niet zonder slag of stoot. Door het hoge tempo waarin de deeleconomie zich ontwikkelt en uitbreidt,  botst het regelmatig met traditionele bedrijven en plaatselijke politiek. Een van de speerpunten van ShareNL is dan ook om door middel van informatieoverdracht, deze ‘integratie’ zo soepel mogelijk te laten verlopen. “ShareNL is een kennis-  en netwerkplatform”, legt Van Sprang uit. “We worden nogal eens weg gezet als de lobbyorganisatie van de verschillende deelplatformen, maar dat is niet het geval.  Naast al die nieuwe startups die we ondersteunen willen we met het hele veld samenwerken. Dus de overheid, het bedrijfsleven en kennisinstellingen.”

Samen met medeoprichter van ShareNL Pieter van de Glind brengt Van Sprang binnenkort een boek uit: Share. Met als ondertitel ‘waarom de deeleconomie de toekomst heeft’. “In het boek gaan we per markt in op: wat is er aan de hand, hoe ziet die markt er nu nog uit en waar zou het in potentie naartoe kunnen gaan. We breken de huidige markt af en bouwen hem dan weer opnieuw op met de filosofie van de deeleconomie.”

Van Sprang heeft een duidelijk ideaalbeeld voor ogen.  “Het zou prachtig zijn als alle platformen en ondernemers die de deeleconomie mogelijk maken zich zouden houden aan drie peilers.  Deze drie peilers zijn tegelijkertijd ook de drie motieven waarom mensen willen participeren binnen de deeleconomie. Namelijk het sociale, de wil om elkaar te helpen en nieuwe mensen te leren kennen. Daarnaast het duurzame aspect: bezit wordt beter verdeeld. Het delen van auto’s zorgt voor minder vervuiling. En tot slot uiteraard het financiële aspect. Zolang dit gehanteerd wordt binnen de bedrijfsstructuur zie ik het positief in.”

“De komende jaren willen we van een deeleconomie in 2015 bewegen naar een deelmaatschappij in 2030. Dat betekent voor ons dat iedereen in 2030 binnen de deeleconomie toegang heeft tot alle producten en diensten om een gelukkig, verbonden en duurzaam leven te leiden. Als we dat kunnen bereiken dan zou dat echt een verrijking zijn voor het individu.”

Bron: http://deverslaggever.fhj.nl/van-deeleconomie-naar-deelmaatschappij

Comment