Gastblog door: Rosalie Koolhoven

Welke regels gelden in de deeleconomie? Wat kan ik doen als ik mijn uitgeleende fiets niet terugkrijg, omdat deze is gestolen?

Met deze vragen zat Esther. Ze kreeg via Peerby een oproep van de Franse Jean Paul die in Utrecht op Erasmus was. Hij had een fiets nodig. Esther had sinds haar baan niet meer zo veel tijd voor haar mountainbike als toen ze nog studeerde. Ze besloot het rijwiel van het plafond in het trappenhuis omlaag te takelen en uit te lenen aan Jean Paul. Alles verliep goed en Jean Paul bracht de fiets keurig terug op de afgesproken maandag erna.

Een maand later kreeg Esther weer bericht van Jean Paul. Hij wilde op de fiets naar Berlijn naar zijn vriendin. Fan van het romantische idee gaf Esther haar mountainbike weer mee. Na drie weken ontving ze een mooie kaart uit Berlijn met bedankjes en groeten van Jean Paul en een paar regels over zijn omzwervingen. Een week daarna volgde een minder leuk bericht. Jean Paul moest even gauw iets in een winkel halen en had de fiets niet op slot gezet. Hij kwam de winkel uit en: fiets weg.

Hij vond het verschrikkelijk natuurlijk. Na lang emailen hadden ze een oplossing bedacht. Zodra Jean Paul terug zou zijn in Nederland, zou hij Esther trakteren op thee en taart bij de bakkerswinkel. Hoewel Esther een gezellige middag had, bleef iets ‘knagen’: de vraag wat ze nu eigenlijk had kunnen vragen. Een nieuwe fiets? Geld? En was dat dan niet ‘gemeen’, want je leent juist een fiets via Peerby als je er geen kunt of wilt kopen?

Uitlenen volgens de wet

Als Esther een fiets (of een andere zaak) aan Jean Paul uitleent ‘gratis en voor niets’, ontstaat tussen Esther als uitlener en Jean Paul, de bruiklener, een overeenkomst van ‘bruikleen’. Het belangrijkste kenmerk van bruikleen is dat de uitlener eigenaar van de zaak blijft en dat de bruiklener ‘houder’ wordt. Omdat de bruiklener geen eigenaar wordt, is hij verplicht om de zaak terug te geven in een staat waarin die zou verkeren na normaal gebruik.

Het is gewoon als de kilometerteller meer kilometers aangeeft en als de banden een beetje meer versleten zijn of het roestplekje iets groter is geworden. Dit is het risico van het uitlenen voor de uitlener. Sommige kosten zijn wel voor de bruiklener omdat hij verplicht is om goed voor het geleende te zorgen. Heeft Jean Paul onderweg twee keer een lekke band gehad en het spatbord moeten vervangen en de versnelling moeten laten bijstellen, dan zijn de kosten daarvan voor zijn rekening.

Met de teruggaveplicht lag het voor Jean Paul en Esther vervelender. Nu hij de fiets niet kan teruggeven, is in termen van de wet sprake van een ‘niet-nakoming van een verplichting’. Voor de vraag of Jean Paul nu een schadevergoeding moet betalen, maakt het verschil of hij slordig was of niet. Kan Jean Paul bewijzen dat hij zorgvuldig was, dan is hij gewoonweg niet in staat om de fiets correct terug te geven en gebeurt er verder niets. Heeft hij echter een verzekering voor zulke gevallen en kan hij geld krijgen van zijn - bijvoorbeeld - WA-verzekering, dan moet hij dit geld van de verzekering afdragen aan Esther.

Nu Jean Paul de fiets niet op slot had gezet, was hij wel onzorgvuldig met Esthers fiets en is de niet-nakoming aan hem ‘toerekenbaar’. Dat noemen juristen een wanprestatie: een toerekenbare tekortkoming. Volgens de wet verplicht de wanprestatie tot schadevergoeding, zodat Esther een schadevergoeding kan vragen.

Maar hoeveel vraag je dan? In de juridische literatuur en jurisprudentie worden heel veel verschillende antwoorden gegeven: sommigen kijken naar de waarde die de fiets had toen de bruikleenovereenkomst werd aangegaan, aan het begin. Anderen verwijzen naar de waarde op het moment dat de fiets teruggegeven had moeten worden. Ook vind je de tip om van te voren af te spreken wat de fiets waard is en dus hoeveel of wat je wilt krijgen als de mountainbike gestolen wordt. Want een schadevergoeding hoeft niet alleen in geld te zijn; de schadevergoeding ‘in natura’ behoort ook tot de mogelijkheden.

Wat Esther dus heeft gedaan is gebruikmaken van haar recht op schadevergoeding. Samen taart eten en thee drinken en kletsen over de fietstocht is een schadevergoeding ‘in natura’.

Gemeen

Esthers vraag of het niet ‘gemeen’ is een schadevergoeding te vragen als je iets niet terugkrijgt wat je via Peerby uitleende, beantwoordt de wet met ‘nee’. Als zij denkt dat ze geen schade heeft geleden, omdat zij eigenlijk geen tijd had om de mountainbike te gebruiken, denkt ze anders dan de wetgever. Toch klinkt in haar vraag een deel van de ideologie van de deeleconomie door. Esther zou zelf kunnen vinden dat ze geen schade heeft, omdat de fiets in de ideologie van de deeleconomie toch ‘overvloed’ was, en dus geen vergoeding van Jean Paul vragen. Ook hadden Esther en Jean Paul van tevoren kunnen afspreken dat Esther de fiets niet terug hoeft. Dan noemt de wet hun afspraak echter eerder een schenking dan een bruikleenovereenkomst.

Deel je ervaring!

Aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt onderzoek gedaan naar de vraag of de wet past bij de ‘wensregels’ van mensen als Esther die meedoen aan de deeleconomie, aan het uitwisselen van overvloed of samen doen met goederen. Heb je ervaring hiermee, ideeën hierover of wil je een vragenlijst invullen ten behoeve van dat onderzoek, email dan naar R.Koolhoven@rug.nl

In een volgende gastblog vind je een eenvoudig modelcontract en informatie over het verschil in aansprakelijkheid bij het gratis uitlenen en het uitlenen tegen geld.

Mr. dr. Rosalie Koolhoven (http://www.rug.nl/staff/r.koolhoven) 

1 Comment