In Trouw: 'Ruilen, lenen, delen en geld verdienen'

ISABEL BANEKE EN ELISA HERMANIDES

Auto's, werkplekken, gereedschap, fietsen en huizen. Je kunt het allemaal delen met anderen, dankzij internet. Nederlandse deelplatforms nemen een vlucht.

Van Bristol tot Bilbao: bijna overal waar Kim van Berlo met vakantie gaat, huurt ze een kamer via Airbnb. "Je krijgt vaak een betere kamer voor minder geld. En het is leuker dan een hotel omdat je persoonlijke tips krijgt." Het is niet het enige deeleconomieplatform dat ze gebruikt. De Amsterdamse Van Berlo en haar vriend hebben geen auto, omdat ze die nauwelijks nodig hebben. Als iemand van de schoonfamilie uit de Achterhoek jarig is, rijden ze erheen met een auto van Snappcar. Dit is een platform waar je auto's kunt huren van mensen in de buurt. Van Berlo: "Een auto via Snappcar is dichterbij dan een autoverhuurbedrijf. En het voelt goed om een auto te benutten die anders niets staat te doen."

De deeleconomie lijkt booming. Mensen delen elkaars auto's, fietsen werkplekken, gereedschap, huizen, kleding, boeken en nog veel meer. Vandaag begint de landelijke Sharingweek, om het publiek bekender te maken met de vele deelplatformen die er bestaan. Maar waar staat deeleconomie nu eigenlijk voor? En hoe wijdverbreid is het?

Deeleconomie is als begrip enigszins verwarrend. "Het woord 'delen' heeft de associatie dat er geen geld mee wordt verdiend, terwijl dat meestal wel gebeurt", zegt Pieter van de Glind van shareNL, een onafhankelijk bureau dat onderzoek doet naar de deeleconomie. "Het gaat vaak niet alleen om delen door het aan iemand uit te lenen, maar ook om de verhuur." Zo denken mensen al snel dat een auto huren via Greenwheels of Car2Go onderdeel is van de deeleconomie, omdat meerdere mensen gebruikmaken van een auto die in de buurt staat. "Maar dat zijn gewoon particulieren die een auto huren bij een bedrijf. Een belangrijk kenmerk van de deeleconomie is dat het juist gaat om een transactie tussen twee consumenten. Een bedrijf zit daar hoogstens tussen om het te faciliteren."

Volgens Koen Frenken, hoogleraar innovatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, is er sprake van deeleconomie als twee consumenten elkaar toegang geven tot hun spullen door ze te lenen of te (ver)huren. "Het moet wel gaan om spullen die anders onbenut blijven. En het moet tijdelijk zijn, anders is het verkoop."

De Nederlandse deeleconomie is nog niet heel groot, zo blijkt uit een onderzoek van ING, maar de verwachting is wel dat deze fors gaat groeien. De bank schat dat er nu zo'n 40 tot 60 miljoen euro in omgaat. Ten opzichte van de totale Nederlandse economie, uitgedrukt in het bbp, is dit nog niet eens 0,01 procent. Ruim de helft bestaat uit woningverhuur. Maar aangezien vorige week bekend werd dat Airbnb dit jaar alleen al in Amsterdam 110 miljoen euro omzet, heeft ING de grootte van de deeleconomie waarschijnlijk onderschat.

In 2014 hebben 550.000 huishoudens een keer een handeling verricht binnen de deeleconomie. Slechts 250.000 van deze huishoudens is zowel vrager als aanbieder. 150.000 huishoudens zijn alleen aanbieder en de overige 150.000 zijn alleen vrager.

Kim van Berlo, die zowel Airbnb als Snappcar gebruikt, is een van die consumenten die niet optreden als aanbieder, maar alleen als vrager. Als 32-jarige valt zij binnen de groep die het meest actief is in de deeleconomie. Tot 35 jaar deelt zo'n 10 procent van de mensen, tussen de 35 en 55 jaar is dat 5 procent en daarboven 3 procent.

Volgens ING kan de Nederlandse deeleconomie snel groeien, aangezien de bereidheid om eraan mee te doen groot is. Een kwart van de Nederlanders zou graag tegen betaling iets willen gebruiken en een derde zou zelf iets willen uitlenen. Waren er vorig jaar 550.000 huishoudens met deeleconomie bezig, dit jaar kunnen dat er bijna 1 miljoen worden, aldus ING.

Oude wijn in nieuwe zakken?

Lenen, verhuren: het zijn bekende begrippen. Is zo'n deeleconomie niet gewoon oude wijn in nieuwe zakken? "Op zich bestond het al, alleen het was veel kleiner", zegt Koen Frenken. "Je leende en huurde dingen van familie, vrienden en kennissen." Internet heeft ervoor gezorgd dat deze beperkte kring is uitgebreid met talloze vreemde mensen. Van de Glind: "Mensen kunnen elkaar makkelijker dan ooit tevoren vinden. Als je vroeger een boor nodig had, maar niemand van je vrienden of familie had er een te leen, dan moest je hem huren bij een bedrijf. Dankzij een platform als Peerby kun je nu zien dat er twee straten verderop iemand woont, die graag zijn boor aan jou uitleent. Vraag en aanbod komen zo veel makkelijker bij elkaar."

Het verschil met iets lenen of verhuren aan een vriend, is wel dat je hem kent en er daarom op vertrouwt dat hij je boor netjes en op tijd terugbrengt. Frenken: "Bij een vreemde heb je geen idee. Dat is waar de deelplatforms op inspringen. Zij organiseren het vertrouwen via reviews, garantiefondsen en verzekeringen. Daardoor durven wij met vreemden onze spullen te delen." Uit het onderzoek van ING blijkt overigens dat nog niet iedereen dat aandurft. Van de mensen die niet delen, doet 37 procent dat niet omdat ze het gebruiken van andermans spullen niet zo fijn vinden of zelf hun spullen liever niet uitlenen. De rest doet het vooral niet, omdat ze niet bekend zijn met de deeleconomie.

Hoewel vaak over Uberpop wordt gesproken als een voorbeeld van deeleconomie, is deze dienst dat volgens Frenken niet, omdat mensen geen goederen verhuren, maar zichzelf. Uberpop is de beruchte taxidienst van het wereldwijde bedrijf Uber, waarbij particulieren zonder vergunning werken als taxichauffeur. "Als chauffeur bij Uberpop lever je diensten in tijd die je ook op een andere manier kan benutten. Anders dan spullen, kun je tijd niet delen." Liftplatform Blablacar valt daarom wel onder de deeleconomie en Uberpop niet. "Een chauffeur van Uberpop maakt een ritje dat hij anders nooit had gemaakt, bij Blablacar lift je mee met iemand die sowieso op pad gaat."

Een ander voorbeeld is Thuisafgehaald.nl. Af en toe een restje eten online verkopen, valt volgens Frenken onder de deeleconomie. Maar als iemand gaat koken om er flink aan te verdienen dan concurreert hij met bedrijven die hetzelfde leveren. Frenken: "Als een consument zich meer gaat gedragen als ondernemer, kunnen bedrijven daar last van krijgen. In Parijs zijn restaurants al in opstand gekomen tegen thuiskoks."

Deze oneerlijke concurrentie heeft een ander karakter dan de competitie van een groep mensen die af en toe hun spullen delen. Maar ook de 'echte' deeleconomie kan een probleem worden voor bedrijven, schat Frenken in. "Bij een groot platform, heb je meer kans dat je krijgt wat je wil, op het moment dat je het wil en op de plek waar je het wil." Het speelveld voor een particulier en een bedrijf is niet helemaal gelijk. Een bedrijf moet immers investeringen doen, belastingen betalen en zich aan allerlei regels houden. Daarom kan een professionele verhuurder van auto's uiteindelijk niet meer tegen Snappcar op, voorspelt Frenken.

Het kan geen verrassing zijn dat het belangrijkste motief om iets aan te bieden of te vragen in de deeleconomie financieel is. Opmerkelijk: het zijn vaak juist mensen met een hoog inkomen die op deze manier geld willen verdienen of besparen, aldus het onderzoek van ING. De verdiensten binnen de deeleconomie komen vooralsnog terecht bij een kleine groep: tien procent van de aanbieders ontvangen samen 80 procent van het geld dat in de deeleconomie wordt uitgegeven. Een kleinere groep van 5 procent verdient er grof geld mee. Het gaat vooral om mensen die hun woning verhuren.

Consumentendata

En dan zijn er nog de deelplatforms zelf. Zij verdienen geld door als tussenpersoon op te treden. Aangezien succesvolle platforms zoals Airbnb veel data over de consumenten verzamelen, zijn ze heel machtig. "Het is de vraag wat zo'n platform met al die data doet en of jij daar zeggenschap over hebt", zegt Van de Glind. "Stel bijvoorbeeld dat je wilt overstappen naar een ander platform, kun je dan je goede reviews meenemen of ben je die kwijt?"

De deeleconomie wordt geroemd om het duurzame karakter. Het draait immers om het benutten van onbenutte capaciteit. Als een auto door meer mensen wordt gebruikt, hoeven er minder auto's van de lopende band te rollen. Voor Van Berlo een belangrijke reden om Snappcar te gebruiken. Uit het onderzoek van ING blijkt dat 19 procent van de vragers in de deeleconomie duurzaamheid als motief heeft. Voor de aanbieders gaat het zelfs om 30 procent. Mooi, al die mensen die zo bezig zijn verspilling tegen te gaan. Maar er kan een addertje onder het gras zitten, zegt Van de Glind. "Als je van het geld dat je bespaart met het delen van een auto, een keer extra naar Ibiza vliegt, is het opeens niet meer zo duurzaam.”

Spullen: Peerby.com

Waarom een accuboormachine, kattenreismand of partytent kopen als je er ook een kunt huren van een buurtgenoot? Sinds drie jaar biedt bemiddelingsplatform Peerby een alternatief voor de aankoop van dit soort spullen, die meestal ergens ongebruikt in de schuur komen te staan.

Was Peerby aanvankelijk gratis, sinds september moeten gebruikers betalen om andermans dingen te gebruiken. Want waar het aanbod gigantisch was, stokte het aantal leenaanvragen. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich gegeneerd voelen wanneer ze vaker iets lenen. Ook maakt de huurconstructie het makkelijker om apparaten te verzekeren en niet onbelangrijk: het biedt Peerby een verdienmodel.

Eten: Thuisafgehaald.nl

Wie van koken houdt en altijd te veel klaarmaakt, kan zijn of haar maaltijden delen met buurtgenoten. Voor de afhalers van Thuisafgehaald is de gemiddelde prijs van een bordje eten 4,20 euro. Wat begon als spontane uitwisseling van een maaltijd tussen Utrechtse buren, is uitgegroeid tot een digitaal platform waarop 70.000 afhalers en 9400 koks in heel Nederland eten uitwisselen. Het initiatief bestaat drie jaar, en haalt zijn inkomsten voor 10 procent uit de maaltijden. De rest wordt gesponsord.

Inmiddels is er ook Bijzonder Thuisafgehaald, dat mensen die door een handicap, ziekte of ouderdom niet meer regelmatig voor zichzelf kunnen koken, koppelt aan hobbykoks.

Burenhulp: Wehelpen.nl

Gezocht: Iemand die een oudere een rondje door het park wil duwen in het park. Vervoer, een karweitje in huis, of gezelschap: Wehelpen is een marktplaats voor burenhulp. Op het sociale platform kan iedereen van zestien jaar of ouder gratis diensten aanbieden of vragen. De participatiesamenleving 2.0. Wehelpen is een cooperatie, bestaande uit onder andere gemeenten, zorgverzekeraars en maatschappelijke organisaties als Humanitas. De zorgruil-website werd in 2012 gelanceerd door Martin van Rijn, staatssecretaris van volksgezondheid. Het is een proef die tot en met december 2017 loopt.

Auto: ParkFlyRent.nl

Een autoverhuurbedrijf zonder auto's. Dat is ParkFlyRent in een notendop. De online start-up lost twee problemen op: het dure parkeren op Schiphol, en de hoge kosten van een huurauto. Wie op reis gaat, kan z'n auto gratis parkeren bij ParkFlyRent. Tijdens de vakantie verhuurt de onderneming de bolide. Dat levert een win-winsituatie op: een deel van de opbrengst gaat naar ParkFlyRent, en een deel is voor de eigenaar van de auto. Hoeveel de reiziger ontvangt hangt af van het succes van de verhuur van de auto. ParkFlyRent bestaat sinds 2014. Volgend jaar wil het bedrijf uitbreiden naar het buitenland.

Bron: http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/4167613/2015/10/21/Ruilen-lenen-delen-en-geld-verdienen.dhtml